Quest magazine

Hoe maak je de perfecte imperfecte boomhut?

Hoogbouwer

Antoinette Blok is vaak in bomen te vinden. Ze is een van de weinige professionele boomhutbouwers van Nederland. En zo’n hut maken, daar komt meer bij kijken dan een paar planken aan elkaar timmeren.

TEKST: SORAYA SCHACHTSCHABEL / FOTOGRAFIE: CORNÉ VAN DER STELT

‘Mensen hebben een romantisch beeld bij een boomhut, met in het midden de boom en daaromheen een vierkant platform. Met vier van die schuine palen naar de stam. Maar dan heb je heel weinig ruimte binnen, de boom staat in de weg. En je doet de boom tekort, want hij zit verstopt. Ik plaats de hut vaak achter de boom, zodat hij meer tot zijn recht komt en de hut meer opgaat in de natuur. Een hut hoeft ook niet aan maar één boom bevestigd

te worden. Het liefst gebruik ik een groepje bomen.’

Bomen kiezen

‘De ideale boom voor een boomhut? Daarvoor zijn meerdere factoren van belang. Je wilt niet een heel zachte, broze boom, anders stort de hut zo in elkaar. Voor mij valt de berk daarom af. Een harde boom zoals een eik of acaciaboom is beter. Dat is Nederlands hardhout. Ook wil je geen snelle groeier, zoals een populier of een wilg. Dan blijf je herstellen. Een boom met een oksel, waar een dikke arm van de boom uitsteekt, is een pluspunt. Daar kun je makkelijk een draagbalk op leggen. Helemaal rechtop hoeft de boom niet te staan. Een scheve boom, daar zie ik de romantiek wel van in. En de uitdaging.’

Bouwplan

‘Een boomhut start altijd met een bouwplan. Na meer dan 130 hutten maak ik nog steeds bouwtekeningen. Daarvoor breng ik op de plek eerst alles in kaart. Waar staat het huis? Waar staan de bomen? Zit je niet op de erfgrens? Ik meet de omtrekken van bomen op om de doorsnee te berekenen. Maar er komt ook veel gevoel bij kijken. Gevoel voor verhou- dingen, anders pak je rare maten. En gevoel voor sfeer. De kunst is om alles samen te laten komen. Wie zijn bijvoorbeeld de gebruikers? In mijn geval zijn dat negen van de tien keer kinderen. Wat willen ze en wat is mogelijk? Soms zie ik een boomhut in mijn hoofd meteen al hangen.’

Start met de vloer

‘Als eerste maak ik ter plaatse het platform. Daar zet ik de hut in feite op. Dat platform bestaat uit een draagbalkenlaag met daarbovenop dwarsbalken. Als je sommige dwarsbalken wat langer laat doorlopen dan de andere, krijg je een speelse vorm. Ik gebruik geen bijzonder gereedschap. Met een schroefboor- machine, decoupeer- en afkortzaag kom ik een heel eind. Een

waterpas gebruik ik alleen op de eerste dag. Na het platform maak ik de wandjes, inclusief kozijnen. Van sloophout, met lekker veel kieren. Door de wind droogt het hout zo goed op na een regenbui. Anders gaat het rotten. Haardhout moet je ook niet in een gesloten ruimte laten liggen. Welk energie- label mijn hutten hebben? Het laagste. Ik isoleer niet, want je hoeft er niet in te wonen.’

Snoepwinkeltje

‘Een deel van de boomhut bouw ik in mijn werkplaats. Hier heb ik veel keuze aan latjes en andere materialen. En ik heb mijn ‘snoepwinkel’: oude ramen en andere mooie spulletjes die ik heb verzameld. Ik ‘mix en match’ graag diverse soorten sloophout. Sloophout leeft al, daardoor voelt het alsof de hut er altijd heeft gestaan. Maar de fundering en het dak van de hut moeten wel goed zijn, net als met een huis. Sloophout- balken uit een huis, die niet zijn doorgezakt, zijn nog uitste- kend bruikbaar. Voor vloerplanken gebruik ik delen van een tuinschutting. O, en ik bouw licht. Mensen denken vaak: het moet stevig zijn en dus zwaar. Maar stevigheid zit ’m in de constructie, dus ik bouw met dunne balkjes een goede con- structie. Maar zelfs zonder zware materialen hoef ik niet naar de sportschool, hoor. Met hutten bouwen beweeg ik genoeg.’

Uniek bouwpakket

‘Als het platform af is, meet ik het ontwerp na. De boom kan iets schever lopen dan ik had voorzien. Na eventuele aanpas- singen weet ik precies de maten van de wandjes. Die gaan mee naar de plek. Het is net een bouwpakket, al denk ik niet dat iemand anders hem in elkaar kan zetten. Soms helpen de kinderen voor wie ik bouw mee. Het is niet allemaal prefab, hoor. Ik kan er bijvoorbeeld een tak doorheen laten lopen, dan bouwen we een wandje maar deels van tevoren af. De beste boomhut is sowieso een beetje afzien, net als een tent. Niet te luxe, maar ruig, stoer en gezellig. En spannend. Ik moet het horen piepen en kraken. Het mag absoluut niet aan- voelen als een fabriekshut. Ik houd van die romantiek.’

Vastpinnen, maar niet te strak

‘De balken van een boomhut kun je niet direct aan een boom bevestigen, dan laat je geen ruimte over voor groei en bescha- dig je een groter deel van de boom. Daarom bevestig je iets in de boom waar de draagbalk op rust. Daarvoor gebruik ik

‘Mijn laatste hut heeft een hangende slaapkamer’

Wie is Antoinette Blok?

7 april 1968: Antoinette Blok wordt geboren in Den Haag. Haar beide ouders zijn ondernemer. 1975: de liefde voor bomen zit er al vroeg in. ‘Ik was een stoer meisje, een klimmer. Ik herinner me dat ik met een vriend- jetotindetopvaneen dennenboom klom.’ En hutten bouwen? ‘Eentje. Niet in een boom, maar half in de grond.’
2004: Bloks moeder stelt voor om voor de kinderen een huisje in de tuin te

kopen. ‘Toen zei ik: Nee, ik bouw zelf een boomhut.’ Samen met haar kinderen gaat ze aan de slag. Dat smaakt naar meer.
2007: ‘Ik werkte in een commerciële functie en kreeg de vraag wat ik

hierna binnen het bedrijf wilde doen. Zo ging ik nadenken over de dingen die ik had gedaan die ik echt leuk vond. De boom- hut voor mijn kinderen stond met stip op één.’ Dus waagt Blok de sprong en begint als boomhut- bouwer. ‘Op 07-07-2007. Toeval, hoor.’
2008: er is in Nederland geen opleiding professio- neel boomhutbouwen.

Dus volgt Blok een work- shop bij de Amerikaanse meesterboomhutbouwer Pete Nelson.
2019: de honderdste hut staat. De eerste in het buitenland: op Ibiza. 2021: tijdens corona blijft de vraag naar boomhut- ten uit. Die tijd gebruikt

Blok om een masterclass op te zetten waarin ze mensen leert zelf boom- hutten te bouwen. 2022: Blok brengt een boek uit: Bouw de boom- hut van je dromen.

speciale pinnen: Treehouse Attachment Tabs. De manier waarop je de balk aan die pin bevestigt, is vast of flexibel. Je hebt altijd één vaste verbinding, jeankerpunt. De rest moet allemaal een beetje kunnen bewegen in de wind. Als het niet beweegt, breekt het. En de boom moet ruimte hebben om te groeien. Door die flexibele verbindingen kunnen de hutten veel aan en krijg ik na een storm geen telefoontjes over gebroken hutten. Wel afkloppen, want die hutten worden natuurlijk steeds ouder. En de bomen ook. Soms heb ik weleens het idee dat mijn boomhutten de bomen bij elkaar houden. Het is toch meer een geheel.’

Bijbouwen
‘Mijn wanden blijven eenvoudig en rechthoekig, maar met de vorm van het dak kun je goed spelen. Mijn daken worden steeds complexer, waardoor de hut een heel andere look krijgt. Ik heb bijvoorbeeld een hut gebouwd met een organisch gevormd dak van rond- hout, een soort ronde palen, met in het midden een uitkijktoren. Van tevoren dacht ik: hoe krijg ik dit waterdicht? Maar het lukte. Hout is heel vergevings- gezind. Verder besteed ik veel aandacht aan het inte- rieur en andere details. Aan wenteltrappen, erkertjes en koekoekjes. Zo kun je ook echt zien: dat is een hut van toen en dit is een hut van nu.’

Geen kermis
‘Wat er verder in kan? The sky is the limit. Al ligt het ook aan het budget. Mijn kleinste hut was iets van twee vierkante meter en mijn grootste gaat nu komen. Die wordt 25 vierkante meter. Daar komt van alles in, maar het moet geen kermis worden. Verder ligt het aan de gebruikers. Zijn dat drukke kinderen? Die willen alleen maar spelen. Dan komen er allemaal netten, schommels en monkeybars aan. Voor een rustig iemand, die lekker een boekje wil lezen, maak je een leestafel of een chillbed en misschien een hang- mat erbij. Mijn allereerste boomhut bouwde ik voor mijn kinderen in onze tuin, en die had dat allemaal niet. Nadat ik professioneel ging bouwen, werden de hutten mooier en mooier. Dus ik liet foto’s zien aan mijn kinderen. Nou, ze waren not amused. Die wilden ze helemaal niet zien.’

Een eigen plek
‘Een boomhut krijgen kan echt vormend zijn. Je bouwt hem vaak voor jonge kinderen. Als ze ouder zijn, drinken ze er hun eerste biertje. Geven ze hun eerste kus aan hun vriendinnetje. Of ze roken er stie- kem een sigaretje. Hopelijk niet, maar goed… Die hut is een eigen plek. Kinderen moeten al zoveel. Zeker in gezinnen die het geld hebben om mij een hut te laten bouwen. Zo’n eigen plek is dan echt een escape. Nog vormender is het natuurlijk om hem zelf te bouwen als kind. Maar ja, dat is de huidige tijd: het gebeurt wat minder. De telefoon, de iPad, de computer…’

Boomloze zweefhut
‘Mijn beste boomhut? Meestal de laatste. Als ik nu denk, kies ik er eentje uit Rotterdam. Die heeft een hangende slaapkamer, een stapelbed dat achter aan de hut hangt. En die hut zit niet in een boom, maar staat op palen. Toch lijkt het een echte boomhut, door het vele groen eromheen. En de palen komen niet uit de bouwmarkt, maar zijn losse boomstammen. Ook lopen de dwarsbalken verder door dan de palen, zo steekt het platform uit en creëer je het gevoel dat de hut zweeft. Echt magisch.’

Hoog en droog?
‘Nog een klassiek romantisch idee van veel mensen is dat een boomhut hoog in de boomkruin zit, met veel plateaus op verschillende hoogtes. Zoals bij deklassieke speelfilm Swiss Family Robinson en de kinderboekenreeks De waanzinnige boomhut. Maar dat valt wel mee. Het hoogste dat ik ooit gebouwd heb, was op 4,5 meter, omdat de boom daarom vroeg. Vaak bouw ik op ooghoogte van een volwassen persoon. Voor een kind van 1,20 meter is zo’n hut al hoog. Doordat ik niet zo hoog bouw, zit ik andere boom-bewoners niet in de weg. Soms zie ik roodborstjes en eekhoorns, maar deze buren hebben geen last van de hut.

Bron:
Quest Magazine
Datum:
12.2023